Een glas wijn op de bank en je voelt je heerlijk loom, klaar voor bed. Dat gevoel klopt: alcohol maakt je slaperig en je valt er meestal sneller door in slaap. Het vervelende komt later, midden in de nacht, als je om drie uur klaarwakker naar het plafond ligt te staren zonder te weten waarom. Dat is geen toeval, dat is de tweede helft van wat alcohol met je slaap doet.
Het slaapmutsje is een mythe
Het idee dat een borrel je beter laat slapen, houdt hardnekkig stand. In werkelijkheid verstoort alcohol juist de tweede helft van je nacht. Je lichaam is bezig de alcohol af te breken, en zodra dat gebeurt schiet je slaap omhoog naar oppervlakkiger fases. Je wordt vaker wakker, je droomslaap raakt versnipperd en je staat 's ochtends op alsof je niet echt hebt uitgerust.
Daar komt bij dat alcohol je vaker naar de wc stuurt en je 's nachts kan laten zweten. Vermijd daarom alcohol in het uur voor het slapengaan als je toch al licht slaapt. Het zogenaamde slaapmutsje brengt je sneller onder zeil, maar je betaalt die rekening in de uren daarna terug, met rente.
Wat dan wel
Je hoeft niet meteen geheelonthouder te worden om hier iets aan te merken. Een standaardglas in Nederland bevat ongeveer 10 gram pure alcohol, of dat nu een glas wijn, een biertje of een borrel is. Drink je er twee of drie op een avond, dan is het effect op je slaap goed merkbaar, en bouw je het glas een paar uur voor bedtijd af, dan slaap je vaak al rustiger. De Gezondheidsraad adviseert sowieso om geen alcohol te drinken, of in elk geval niet meer dan één glas per dag. Wil je het effect echt zien, sla dan een week over en let op hoe je wakker wordt. Veel mensen merken het verschil al na drie nachten, vooral aan dat ene ding: ze worden niet meer rond drie uur wakker.