Plantaardig eten zonder die dure vegaburgers

Plantaardig eten zonder die dure vegaburgers

Wie minder vlees wil eten, belandt in de supermarkt al snel bij het koelvak met vegaburgers, plantaardige gehakt en nepworstjes. Handig, dat wel. Maar als je goed naar de verpakking kijkt, schrik je soms van de lijst ingrediënten en het prijskaartje. Plantaardig eten kan een stuk simpeler, goedkoper en eerlijk gezegd ook lekkerder, zonder dat er één kant-en-klare vervanger aan te pas komt.

De basis ligt al in je kast

Peulvruchten zijn het geheime wapen van plantaardig koken. Een blik bruine bonen, kikkererwten of linzen kost bij de Albert Heijn of Lidl vaak minder dan een euro, zit boordevol eiwit en vezels, en is binnen tien minuten klaar. Daarnaast heb je tofu, eieren als je die eet, noten en volkorenproducten. Met die ingrediënten zet je een volwaardige maaltijd op tafel die past binnen de Schijf van Vijf, zonder dat je iets uit een pakje hoeft te trekken.

Het mooie is dat je precies weet wat erin zit. Een zelfgemaakte linzenstoof of een wokschotel met tofu en groente bevat een stuk minder zout dan de meeste kant-en-klare vleesvervangers, en die zitten daar vaak verrassend hoog in. Lees maar eens het etiket van een willekeurig pakje plantaardige worstjes: het zoutgehalte is regelmatig hoger dan dat van het vlees dat het zou vervangen.

Hoe je het vol blijft houden

Begin klein en kies één vaste avond per week waarop je plantaardig kookt. Een chili met bonen, een dahl van rode linzen, roerei met groente, een pasta met een saus op basis van witte bonen: het zijn gerechten die je in een halfuur op tafel hebt en die ook de volgende dag nog lekker zijn. Vermijd het idee dat je vlees één-op-één moet vervangen door een product dat er precies zo uitziet. Dat is meestal de duurste én de minst gezonde route. Wil je toch af en toe een burger uit het koelvak, prima, maar maak het de uitzondering en niet de basis. Je portemonnee merkt het verschil al na een paar weken boodschappen.