Doordeweeks sleep je jezelf om kwart over zeven uit bed, en in het weekend slaap je heerlijk uit tot een uur of elf. Logisch, want je voelt dat je slaap inhaalt. Toch is dat uitslapen vaak precies de reden dat de maandagochtend zo zwaar aanvoelt.
Je lichaam houdt van regelmaat. Een vast ritme van naar bed gaan en opstaan helpt je biologische klok om te weten wanneer hij melatonine moet aanmaken en wanneer hij je wakker moet maken. Schuif je dat ritme elk weekend twee of drie uur op, dan raakt die klok in de war.
Sociale jetlag
Voor dat verschijnsel bestaat een mooie term: sociale jetlag. Je hebt geen vliegtuig genomen, maar je lichaam denkt van wel. Door op zaterdag en zondag veel later op te staan, verschuif je je inwendige klok alsof je een paar tijdzones bent overgevlogen, en op maandag moet je weer terug. Dat verklaart dat futloze, katterige gevoel aan het begin van de week, zelfs als je in totaal genoeg uren hebt geslapen.
De wektijd is daarbij belangrijker dan de tijd waarop je in bed kruipt. Juist door rond hetzelfde tijdstip op te staan, zet je de klok elke ochtend opnieuw gelijk. Het licht dat je dan binnenkrijgt, helpt dat proces nog eens extra.
Uitslapen mag, maar met mate
Niemand zegt dat je in het weekend om half zeven uit de veren moet. Een uurtje langer blijven liggen is prima en voelt fijn. Beter is om het verschil met je doordeweekse opstaantijd onder de twee uur te houden, dan blijft de schade beperkt.
Wil je toch iets van rust inhalen, doe dan liever een kort dutje in de middag dan een halve ochtend in bed. Zo verstoor je je nachtritme veel minder. Een eerlijke kanttekening: ben je een paar nachten echt te kort gekomen, bijvoorbeeld door een zieke peuter, dan is wat extra slaap in het weekend gewoon verstandig. Het gaat om de gewoonte van elke week, niet om die ene uitzonderlijke week. Zet desnoods je wekker op zaterdag ook, en zet hem een halfuur later dan doordeweeks.