Vette vis of visoliepillen: wat heeft zin?

Vette vis of visoliepillen: wat heeft zin?

In het schap met supplementen staan rijen potjes visolie, vaak met beloftes over je hart, je hersenen en je gewrichten. Tegelijk hoor je het advies om twee keer per week vis te eten. Moet je nou kiezen, allebei doen, of is dat hele pillenverhaal vooral slimme marketing? Het korte antwoord: begin bij het bord, niet bij het potje.

Wat vette vis je geeft

Vette vis zoals zalm, haring, makreel en sardines is rijk aan omega 3-vetzuren, die goed zijn voor je hart en bloedvaten. Het Voedingscentrum raadt daarom aan om één keer per week vis te eten, bij voorkeur vette vis. Een Hollandse haring van de viskraam, een blikje makreel op brood, of een stuk zalm uit de diepvries van de supermarkt — het hoeft niet duur of ingewikkeld te zijn.

Het voordeel van echte vis boven een pil is dat je er meer mee binnenkrijgt dan alleen omega 3. Je krijgt eiwit, jodium, vitamine D en andere voedingsstoffen die samen in dat stukje vis zitten, en die werken in dat geheel waarschijnlijk beter dan een geïsoleerd vetzuur in een capsule. Een potje pillen levert je dat hele pakket niet. Wie regelmatig vis eet, hoeft zich over zijn omega 3 in de praktijk weinig zorgen te maken.

En die pillen dan?

Voor de meeste mensen die af en toe vis eten, voegen visoliepillen weinig toe. Het bewijs dat ze bij gezonde mensen het hart beschermen is een stuk wankeler dan de verpakking suggereert, en je betaalt voor iets dat je goedkoper en lekkerder van je bord kunt halen. Eet je echt nooit vis — bijvoorbeeld omdat je het niet lust of vegetariër bent — dan kan een supplement (visolie of een algenvariant) een redelijke overweging zijn om je omega 3 op peil te houden.

  • Eet je vis: een pil voegt voor jou weinig toe.
  • Eet je nooit vis: bespreek met je huisarts of een algen- of visoliesupplement zinvol is.

Houd het simpel

Je hoeft geen vissoorten uit je hoofd te leren of porties te wegen. Probeer gewoon één keer per week iets met vette vis op je menu te zetten — een haring tussendoor, makreel op brood, of zalm bij het avondeten. Dat dekt voor de meeste mensen de lading ruimschoots, en het potje in het schap mag blijven staan.