Tussen oktober en april staat de zon in Nederland zo laag dat je huid er nauwelijks vitamine D van maakt, hoe vaak je ook naar buiten gaat. In de zomer maak je een flinke voorraad aan, maar die raakt ergens in de loop van de winter op. De vraag is niet of dat gebeurt, maar of het bij jou genoeg uitmaakt om er iets aan te doen.
Waar vitamine D voor nodig is
Vitamine D helpt je lichaam om calcium uit je voeding op te nemen, en dat houdt je botten en tanden stevig. Je krijgt het via twee wegen binnen: via zonlicht op je huid en in kleine hoeveelheden via voeding zoals vette vis, eieren en margarine waaraan het is toegevoegd. Voor de meeste volwassenen tot 70 jaar met een lichte huid die regelmatig buitenkomt, levert de zomerzon genoeg op om het hele jaar door te komen. Die mensen hoeven niets te slikken.
Toch zijn er groepen voor wie het Voedingscentrum wél een supplement van 10 microgram per dag adviseert. Dat zijn onder andere mensen boven de 70, mensen met een donkere huidskleur, vrouwen die zwanger zijn en jonge kinderen. Bij een donkere huid maakt je lichaam minder snel vitamine D aan onder dezelfde zon, en dat los je niet op door simpelweg langer buiten te zitten. Hoor je bij een van deze groepen, dan is zo'n pilletje uit de drogist geen overbodige luxe.
Wat je niet hoeft te doen
Een dure multivitamine met tien extra stoffen heb je niet nodig; een los vitamine D-tabletje bij de Etos of Kruidvat kost een paar euro voor maanden voorraad. Twijfel je of je een tekort hebt, bijvoorbeeld omdat je vaak moe bent of vage spierklachten hebt, ga dan langs de huisarts voor een bloedtest in plaats van zelf te gokken op een hoge dosis. Meer is hier namelijk niet beter: je lichaam slaat vitamine D op, en heel hoge hoeveelheden zijn juist niet gezond. Voor de meeste gezonde volwassenen onder de 70 blijft het simpel: in de winter af en toe naar buiten, en verder gewoon goed eten.