Hooikoorts in de nazomer: waarom alsemambrosia in augustus voor nieuwe klachten zorgt

Grassenpollen zijn allang uitgeraasd, maar in augustus zorgt alsemambrosia voor een nieuwe golf hooikoortsklachten. Zo herken je het en zo pak je het aan.

Hooikoorts in de nazomer: waarom alsemambrosia in augustus voor nieuwe klachten zorgt

Je zit half augustus nog steeds met een loopneus en jeukende ogen, terwijl de grassenpollen allang zijn uitgeraasd. Geen verkoudheid, geen zomergriep — gewoon hooikoorts, alleen dan een maand of twee te laat volgens het cliché dat het seizoen in juli stopt. De schuldige heet alsemambrosia, een plant die de meeste Nederlanders nog nooit bij naam hebben genoemd, maar waarvan de pollen in augustus en september voor een aparte golf allergieën zorgen — en voor de nodige verkeerde ideeën over wat er precies aan de hand is.

Wat alsemambrosia is en waarom augustus de piek vormt

Alsemambrosia (Ambrosia artemisiifolia) is oorspronkelijk een Noord-Amerikaanse akkeronkruid dat via verontreinigd vogelvoer en grondverzet naar Europa is meegereisd. De plant staat sinds 2019 op de Unielijst van invasieve soorten onder Verordening (EU) 1143/2014, wat betekent dat gemeenten verplicht zijn haar te bestrijden zodra ze wordt gesignaleerd. Dat gebeurt in de praktijk lang niet overal even consequent, en dus duikt de plant elk jaar weer op langs spoorwegtaluds, bouwterreinen en akkerranden. Ze bloeit pas laat in de zomer, meestal vanaf de derde week van juli, met een duidelijke piek tussen half augustus en eind september.

Dat late tijdstip is precies waarom zoveel mensen verrast worden. Het reguliere hooikoortsseizoen in Nederland kent grofweg drie golven: vroege boompollen in februari en maart, grassenpollen van mei tot in juli, en dan een relatieve rustperiode. Wie gewend is dat de klachten na de zomervakantie voorbij zijn, herkent een nieuwe aanval van niezen en tranende ogen in augustus vaak niet als allergie. RIVM neemt alsemambrosia inmiddels apart mee in de pollenmetingen, precies omdat huisartsen steeds vaker patiënten zien die denken dat ze een hardnekkige verkoudheid hebben.

Waarom deze pollen zwaarder aankomen dan grassenpollen

Alsemambrosia produceert relatief weinig stuifmeel vergeleken met gras, maar de korrels zijn extreem allergeen. Onderzoek van allergologen laat zien dat al enkele korrels per kubieke meter lucht bij gevoelige mensen klachten kunnen opwekken — bij grassen ligt die drempel vele malen hoger. Een lage concentratie op de pollenradar van RIVM zegt bij ambrosia dus veel minder dan bij graspollen: wat op de kaart als "laag" wordt weergegeven, voelt voor iemand met een ambrosia-allergie soms al als een slechte dag.

Er is nog een complicatie die weinig mensen kennen. Alsemambrosia behoort tot de composietenfamilie, dezelfde plantenfamilie als bijvoet, zonnebloem en, verder weg, ook meloen en banaan. Mensen met een ambrosia-allergie ontwikkelen daardoor soms orale allergiesyndroom-klachten: een tintelend gevoel in de mond na het eten van meloen, zonnebloempitten of bepaalde kruiden. Dat is niet bij iedereen zo — veel patiënten merken nooit iets van kruisreacties met voeding — maar een allergoloog vraagt er bij twijfel wel expliciet naar, en het is een van de weinige aanwijzingen die meteen richting ambrosia wijst in plaats van een gewone laatzomerse grasallergie.

Waar in Nederland de klachten het hardst toeslaan

De verspreiding van alsemambrosia is grillig. Zuid-Limburg, delen van Noord-Brabant en de omgeving van Rotterdam gelden als bekende brandhaarden, vaak rond spoorlijnen en industrieterreinen waar de grond al jaren niet is omgewoeld. Duitsland en Hongarije kennen een veel grotere ambrosia-populatie, en bij aanhoudende oostenwind waait pollen daarvandaan gewoon mee de grens over. Dat verklaart waarom de klachten soms pieken op dagen dat er in de eigen tuin geen plant van te bekennen is. Stedelijke gebieden met veel cafés, terrassen en verharde grond langs het spoor blijken in de metingen van RIVM stelselmatig hogere pieken te laten zien dan landelijke gebieden met veel gras en akkerbouw.

Een herkenbare scène: je zit rond twaalf uur 's middags op het terras van een café, de zon staat hoog, en precies dan begin je te niezen — niet 's ochtends vroeg, zoals bij gras. Ambrosiapollen komen doorgaans pas laat in de ochtend vrij en bereiken hun piekconcentratie wél in de vroege middag, niet 's ochtends vroeg zoals bij gras, waardoor wie zijn hooikoorts-ritme kent van graspollen (piek bij zonsopgang) hier makkelijk op het verkeerde been wordt gezet.

Wat écht helpt tegen ambrosia-hooikoorts

Wat wél helpt, is niet wachten tot de klachten ondraaglijk zijn. Antihistaminica met cetirizine of loratadine, verkrijgbaar zonder recept bij Kruidvat of Etos voor ongeveer vier tot acht euro per doosje, werken bij de meeste mensen goed tegen niezen, jeuk en een loopneus. Voor de neus specifiek is een corticosteroïdneusspray zoals fluticason vaak effectiever dan tabletten alleen, zeker bij een verstopte neus — huisartsen schrijven die inmiddels ook vaak als eerste keus voor in plaats van als aanvulling. Bij ernstige jeukende ogen doet een antihistaminische oogdruppel meer dan een tablet alleen kan bereiken.

Een paar concrete gewoontes maken merkbaar verschil:

  • Vermijd sporten of lange wandelingen tussen elf uur 's ochtends en vier uur 's middags op dagen met een hoge ambrosiaconcentratie op de pollenradar van RIVM.
  • Douche en was je haar na een dag buiten, want pollen blijven aan haar en kleding plakken en verspreiden zich anders alsnog door het huis.
  • Laat ramen dicht tijdens de piekuren en lucht liever 's avonds laat of vroeg in de ochtend, wanneer de concentratie lager ligt.
  • Rijd met de ramen dicht en de recirculatiestand aan als je door een gebied met bekende ambrosiagroei komt — spoorwegbermen en braakliggende bouwterreinen vooral.

Beter is: begin op tijd met antihistaminica, dus zodra de eerste lichte klachten optreden, in plaats van te wachten tot de neus volledig verstopt zit. Wie er elk jaar last van heeft, kan bij de huisarts of allergoloog ook allergeenimmunotherapie overwegen — een meerjarige behandeling die de onderliggende gevoeligheid vermindert in plaats van alleen de symptomen te onderdrukken. Dat is geen quick fix, de behandeling loopt doorgaans drie tot vijf jaar, maar voor mensen met jaarlijks terugkerende, hardnekkige klachten is het de enige aanpak die echt iets aan de oorzaak verandert.

Drie hardnekkige ideeën over nazomerhooikoorts die niet kloppen

Het eerste idee is dat hooikoorts nu eenmaal een lentekwaal is en dat klachten in augustus dus wel iets anders moeten zijn — een verkoudheid, een virus, stof op kantoor. Dat klopt dus niet: met alsemambrosia bestaat er gewoon een derde, latere golf naast boompollen in het vroege voorjaar en graspollen in mei en juni. Het tweede idee is dat antihistaminica je altijd suf maken en dat je klachten dus maar moet verdragen. Oudere middelen zoals difenhydramine deden dat inderdaad, maar cetirizine en loratadine zijn ontworpen om nauwelijks door de bloed-hersenbarrière te dringen, en de meeste mensen merken er overdag niets van.

Het derde idee is misschien wel het hardnekkigst: wie nooit eerder allergieën heeft gehad, zou ze ook niet ineens op latere leeftijd krijgen. Allergologen zien het tegendeel. Doordat alsemambrosia zich de afgelopen tien tot vijftien jaar in rap tempo over Europa heeft verspreid, melden zich elk jaar mensen van in de veertig of vijftig bij de huisarts met klachten die ze nog nooit eerder hebben gehad. Wie voor het eerst op die leeftijd hooikoortsklachten krijgt, precies in augustus en op plekken met bekende ambrosiagroei, mag het bij de huisarts gerust benoemen als mogelijke ambrosia-allergie in plaats van het af te doen als een raar griepje. Bij aanhoudende klachten rond bepaalde voedingsmiddelen kan een diëtist bovendien helpen structuur aan te brengen in wat wel en niet verstandig is, zodat je niet voor de zekerheid een hele reeks producten gaat mijden die eigenlijk geen kwaad kunnen.

Wanneer je toch naar de huisarts moet

Gewone hooikoortsklachten — niezen, een loopneus, jeukende ogen — hoef je niet standaard voor te leggen aan een arts. Contact met de huisarts is wel op zijn plaats bij kortademigheid, een piepende ademhaling of aanhoudende hoest, want alsemambrosia-allergie gaat bij een deel van de patiënten gepaard met allergisch astma. Ook wanneer antihistaminica na een week geen enkel effect laten zien, of wanneer de klachten specifiek na het eten van meloen, zonnebloempitten of bepaalde kruiden optreden, is een verwijzing naar de allergoloog voor een huidpriktest de logische volgende stap. Bij twijfel worden de klachten dan opnieuw geëvalueerd, en soms blijkt na een test dat er helemaal geen ambrosia-allergie in het spel is, maar bijvoorbeeld een aanhoudende reactie op huisstofmijt.

Het pollenseizoen is voor ambrosia nog lang niet geëindigd zodra de kalender september laat zien — pas na de eerste stevige nachtvorst, meestal ergens in oktober, sterft de plant af en verdwijnt de klachten vanzelf. Tot die tijd blijft de pollenradar van RIVM de betrouwbaarste graadmeter, veel directer dan het gevoel dat "het hooikoortsseizoen toch voorbij hoort te zijn". Blijf niet vasthouden aan verouderde ideeën over wanneer hooikoorts hoort te stoppen — de planten houden zich daar niet aan, en je bijholtes evenmin.