Tijdens de hittegolf van eind juli 2019 telde het Centraal Bureau voor de Statistiek in een paar dagen tijd zo'n vierhonderd sterfgevallen extra ten opzichte van een gewone week. Opvallend was niet dát er meer mensen overleden, maar wíe: vooral tachtigplussers met een chronische aandoening, en een groot deel van hen gebruikte medicatie die de eigen warmteregulatie ondermijnt. Apothekers en huisartsen wisten dat al langer, want de KNMP publiceert al jaren een hitteprotocol precies voor deze groep patiënten — alleen de patiënt zelf krijgt dat verband zelden helder uitgelegd. Dat is opmerkelijk, want de meeste betrokken medicijnen zijn doodgewoon: een plaspil tegen hoge bloeddruk, een antidepressivum, een pijnstiller uit de drogisterij. Geen van die middelen staat te boek als gevaarlijk onder normale omstandigheden, en dat is precies waarom de combinatie met hitte zo vaak over het hoofd wordt gezien. Zodra het kwik voorbij de dertig graden klimt, verandert de rekensom echter voor wie een van deze medicijnen gebruikt.

Dat klinkt misschien overdreven precies voor iets dat met "gewoon een warme dag" begint. Maar de combinatie van hitte en bepaalde geneesmiddelen is geen vaag gezondheidsadvies — het is een farmacologisch mechanisme dat de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) elk jaar opnieuw onder de aandacht brengt via het hitteprotocol dat apothekers gebruiken zodra het Nationaal Hitteplan van het RIVM wordt geactiveerd. Vijf groepen medicijnen komen daarin telkens terug, en de reden waarom is voor elke groep anders.
Vijf medicijngroepen die apothekers deze weken extra volgen
Plaspillen: het meest voor de hand liggende risico
Diuretica zoals furosemide en hydrochloorthiazide worden voorgeschreven om overtollig vocht en zout via de nieren af te voeren — precies wat het lichaam bij hitte juist nodig heeft om vast te houden. Bij hoge temperaturen verliest iemand via transpiratie al vocht en natrium; een plaspil versterkt dat verlies. Het resultaat is niet zelden een combinatie van uitdroging én hyponatriëmie, een te laag natriumgehalte in het bloed, dat zich uit in verwardheid, spierkrampen en duizeligheid — symptomen die op een hittegolfdag makkelijk worden afgedaan als "gewoon vermoeidheid".
Bloeddrukmedicatie: een sluipend gevaar voor de nieren
ACE-remmers (zoals lisinopril) en ARB's (zoals losartan) verlagen de bloeddruk door de vaatweerstand te verminderen. Zolang iemand voldoende drinkt is dat onschuldig. Zodra uitdroging optreedt, daalt de doorbloeding van de nieren echter verder dan deze medicatie al veroorzaakt, en kan acuut nierfalen ontstaan — een complicatie die ziekenhuizen tijdens elke hittegolf zien terugkomen bij oudere patiënten die "gewoon hun pillen bleven slikken zoals altijd".
Bètablokkers: het lichaam kan minder goed afkoelen
Metoprolol en vergelijkbare bètablokkers remmen niet alleen de hartslag, ze beperken ook de verwijding van bloedvaten in de huid — het mechanisme waarmee het lichaam warmte normaal gesproken kwijtraakt. Wie een bètablokker gebruikt, voelt zich bij hitte daardoor sneller oververhit zonder dat de hartslag dat via het bekende "bonzende gevoel" verraadt, wat het lastiger maakt om op tijd in te grijpen.
Antidepressiva en antipsychotica: verstoorde temperatuurregeling
SSRI's zoals sertraline en paroxetine kunnen het zweetmechanisme beïnvloeden en verhogen het risico op diezelfde hyponatriëmie die ook bij plaspillen speelt, via een effect op het hormoon ADH. Tricyclische antidepressiva en klassieke antipsychotica gaan een stap verder: hun anticholinerge werking remt transpiratie rechtstreeks af, waardoor het lichaam bij hoge temperaturen simpelweg niet kan afkoelen op de manier waarop het is ontworpen. Lithium vormt een aparte categorie — het heeft een smalle therapeutische marge, en uitdroging concentreert de lithiumspiegel in het bloed tot een niveau dat toxisch wordt, met verwardheid, tremor en in ernstige gevallen nierschade als gevolg.
Pijnstillers: het minst bekende risico
NSAID's zoals ibuprofen en diclofenac krijgen in het hitteverhaal veel minder aandacht dan plaspillen of bloeddrukmedicatie, terwijl het mechanisme minstens zo direct is. Deze pijnstillers remmen de aanmaak van prostaglandines, stofjes die onder meer zorgen voor voldoende doorbloeding van de nieren wanneer het lichaam al vocht tekortkomt. Bij een gezonde, goed gehydreerde volwassene valt dat effect nauwelijks op. Bij iemand die op een hete dag toch al weinig heeft gedronken en daarnaast een ACE-remmer of plaspil gebruikt, kan een simpele ibuprofen tegen hoofdpijn de nierfunctie net dat laatste zetje geven dat tot een spoedopname leidt — een combinatie die apothekers in de zomer geregeld terugzien bij mensen die de pijnstiller niet eens als "medicijn" beschouwen, omdat hij zonder recept verkrijgbaar is.
Waarom ouderen extra kwetsbaar zijn
Wie ouder wordt, voelt dorst simpelweg minder goed aan.
Dat op zichzelf is al een probleem, maar het stapelt zich op met andere leeftijdsgebonden veranderingen: de nierfunctie neemt geleidelijk af, het vermogen om te zweten vermindert, en veel ouderen gebruiken niet één maar meerdere van de hierboven genoemde middelen tegelijk. Cijfers van het Nivel laten al jaren zien dat een aanzienlijk deel van de 75-plussers in Nederland vijf of meer geneesmiddelen tegelijk gebruikt — artsen noemen dat polyfarmacie, en juist die stapeling maakt het lastig om te herleiden welk middel bij welke klacht hoort. Een tachtigjarige met hoge bloeddruk, hartfalen en een lichte depressie kan zomaar op een ACE-remmer, een plaspil én een SSRI staan — drie medicijnen die elk afzonderlijk al voorzichtigheid vragen bij hitte, en die elkaars risico versterken zodra ze samen worden ingenomen. Daar komt bij dat veel ouderen alleen wonen, minder snel merken dat een woning is opgewarmd tot boven de dertig graden, en later dan gemiddeld hulp inschakelen wanneer ze zich niet lekker voelen. De huisarts ziet de patiënt in zo'n geval doorgaans pas nadat de klachten al dagen spelen, terwijl een vroege check van bloeddruk en nierwaarden op de eerste hete dag vaak had volstaan. Wie in de zomer regelmatig bij een oudere ouder of buurman over de vloer komt, kan dat gat met een paar simpele vragen dichten, zonder dat het als bemoeizucht overkomt.
Voor mantelzorgers en buren is dat een concreet aanknopingspunt om te helpen, en niet alleen met goedbedoelde algemene adviezen. Een kort belletje op een hete middag, gericht op de vraag of iemand vandaag al iets heeft gedronken en of de woning niet drukkend warm aanvoelt, signaleert vaak meer dan een algemeen "gaat het goed met u". Gordijnen dicht overdag, ramen open zodra het buiten koeler is dan binnen, en een emmer koud water voor de voeten werken beter dan een ventilator die alleen warme lucht rondblaast — dat laatste is een misverstand dat hardnekkig blijft terugkomen, ook bij mensen die hun medicatie verder prima op orde hebben.
Wat wel en niet helpt
Het advies "gewoon meer drinken" wordt tijdens elke hittegolf herhaald, en voor de meeste mensen klopt dat ook. Voor patiënten met hartfalen die een vochtbeperking hebben gekregen van hun cardioloog, is diezelfde raad echter ronduit gevaarlijk — bij hen kan extra vocht juist longoedeem uitlokken. Dat is precies waarom een pil nooit op eigen initiatief mag worden gestopt of de vochtinname zomaar mag worden opgeschroefd: de juiste aanpak verschilt per aandoening en per medicijncombinatie, en alleen een arts of apotheker kan die afweging voor een individuele patiënt maken.
- Stop nooit zelf met bloeddrukmedicatie, plaspillen of antidepressiva vanwege de hitte — een plotselinge stop brengt eigen risico's met zich mee, soms groter dan het hitterisico zelf.
- Vraag de apotheek naar het hitteprotocol voor jouw specifieke medicatie; veel apotheken in Nederland hanteren inmiddels standaard een seizoensgebonden check bij patiënten boven de vijfenzestig.
- Let op vroege signalen: verwardheid, spierkrampen, duizeligheid bij opstaan en donkere urine wijzen eerder op uitdroging of hyponatriëmie dan op "gewoon een dagje moe".
- Bewaar medicatie zoals op de verpakking staat — de meeste tabletten hoeven niet gekoeld, maar wél uit direct zonlicht en uit de auto op een hete dag, waar de temperatuur snel boven de veertig graden kan oplopen.
De meeste hitteklachten die apothekers tijdens een hittegolf zien, ontstaan niet ondanks de medicatie, maar juist doordat niemand het middel en het weerbericht met elkaar in verband had gebracht.
Het hitteprotocol dat de meeste patiënten niet kennen
De KNMP-lijst met medicijnen die extra aandacht vragen bij hitte is geen geheim document — elke apotheek in Nederland heeft er toegang toe, en apothekers checken 'm actief zodra het Nationaal Hitteplan van het RIVM wordt afgekondigd. Het probleem zit niet in de beschikbaarheid van die kennis, maar in het feit dat vrijwel niemand er actief naar vraagt. Bel voor de zekerheid gewoon even met de eigen apotheek zodra het kwik richting de dertig graden kruipt, noem de medicatie die op het etiket staat, en vraag concreet of er bij hitte iets moet veranderen aan drinkgedrag, doseertijdstip of controle. Dat gesprek duurt twee minuten en voorkomt precies het soort spoedopname dat elke hittegolf terugkeert in de cijfers.