Bij het station staat een rij voor de roltrap, terwijl de gewone trap ernaast leeg is. Je kunt er zo langs. Het kost je tien seconden extra en een lichte versnelling van je ademhaling, maar je bent boven voordat de roltrap halverwege is. Dit soort momenten zitten verstopt in je hele dag, en samen vormen ze meer beweging dan je zou denken.
Incidentele beweging telt mee
Niet alle beweging hoeft uit een sportschool of een hardloopschema te komen. Het traplopen, het lopen naar de bushalte, het sjouwen van boodschappen: dit heet incidentele beweging, en het telt gewoon mee voor je gezondheid. Onderzoek wijst er al jaren op dat juist deze losse momenten over een dag flink kunnen oplopen.
De trap is daarin een buitenkansje. Je tilt je eigen lichaamsgewicht omhoog, je beenspieren werken, je hart pompt iets harder. Eén keer twee trappen op stelt niet veel voor. Maar reken eens uit hoe vaak je op een werkdag een trap tegenkomt: bij het station, op kantoor, in het parkeergarage, thuis. Vijf, zes, soms tien keer. Dat loopt op.
Maak het de standaard, geen prestatie
Het mooie aan traplopen is dat je er niets voor hoeft te regelen. Geen sportkleren, geen abonnement, geen tijd vrijmaken. Je verlegt alleen je standaardkeuze van lift naar trap. Na een paar weken doe je het automatisch en mis je de drempel niet meer.
- Spreek met jezelf af: tot drie verdiepingen altijd de trap.
- Sta je toch in de lift, neem dan de laatste verdieping te voet.
- Heb je haast? Juist dan is de trap vaak sneller.
Eén nuance: als je knieën of heupen je dwarszitten, hoef je jezelf niet te dwingen. Naar beneden lopen belast je knieën meer dan omhoog, dus dan mag je de trap naar boven nemen en de lift terug. Voor de meeste mensen is een trap nemen alleen een kwestie van even niet de makkelijkste route kiezen. En die ene keer per dag dat je hijgend boven staat? Dat is precies het punt.