Weer sporten na de zomerstop: blessurepreventie bij een trage opbouw

Na een zomer zonder training is je enthousiasme sneller terug dan je pezen. Zo bouw je veilig op zonder blessures.

Weer sporten na de zomerstop: blessurepreventie bij een trage opbouw

De sportschool hangt weer vol met nieuwe folders, de hardloopclub verzamelt zaterdagochtend weer op het parkeerterrein en je agenda heeft ineens ruimte voor een avondtraining die er de hele zomer niet was. Alleen: je lichaam heeft de laatste zes weken vooral op een strandlaken gelegen, niet op een hardloopmat. En dat verschil voel je pas op het moment dat het te laat is — meestal rond training drie of vier, wanneer de kuit begint te trekken of de knie bij het traplopen ineens meepraat.

Waarom je lichaam een opstartprobleem heeft na de zomer

Spierweefsel verliest conditie sneller dan de meeste mensen denken. Na twee weken zonder training daalt je VO2max al meetbaar, en na zes weken — een gemiddelde zomervakantie plus een paar drukke weken erna — ben je makkelijk 15 tot 20 procent van je uithoudingsvermogen kwijt. Pezen en gewrichtsbanden herstellen nog trager dan spieren: waar een spier zich binnen twee tot drie weken weer aanpast aan belasting, hebben pezen zes tot acht weken nodig om dezelfde stevigheid terug te krijgen. Dat is precies het probleem bij een enthousiaste herstart. Je spieren voelen na een paar trainingen alweer sterk aan, maar de achillespees, de knieband of de rotator cuff in je schouder loopt nog achter. De blessure die je in september oploopt, is bijna nooit het gevolg van één zware training — het is de optelsom van een lichaam dat te snel weer op honderd procent wil draaien terwijl de bindweefselstructuren nog op zeventig procent zitten.

De 10%-regel: opbouwen zonder blessures

Bij hardlopen geldt een vuistregel die fysiotherapeuten al decennia gebruiken: verhoog je wekelijkse kilometrage met niet meer dan 10 procent per week. Liep je in juni nog 25 kilometer per week en heb je sinds half juli geen stap gezet, begin dan niet weer bij 25. Begin bij 12 tot 15 kilometer in de eerste week en bouw vandaaruit op. Dat voelt traag — en dat is precies het punt. De meeste hardloopblessures na een pauze ontstaan niet doordat mensen te hard lopen, maar doordat ze te snel weer te veel lopen.

Hetzelfde geldt voor krachttraining. Ga je na de zomerstop terug naar de sportschool, gebruik dan de eerste twee weken 60 tot 70 procent van je vorige werkgewichten, ook al voelt dat aanvankelijk licht. Een squat van 80 kilo die je in juni deed, wordt in de eerste week na de pauze 50 tot 55 kilo. Dat is geen stap terug in je niveau — het is de enige manier om je pezen en gewrichten mee te laten groeien met je spierkracht, in plaats van erachteraan te hobbelen.

Wat een trage opbouw in de praktijk betekent

  • Week 1-2: 50-70% van je vorige trainingsvolume, focus op techniek in plaats van gewicht of tempo
  • Week 3-4: opbouw naar 80-85%, eerste keer weer op je oude intensiteit trainen, maar niet op je oude volume
  • Week 5-6: terug op 100% van je vorige niveau — als spieren, gewrichten én energie dat toelaten, want dat laatste loopt bij veel mensen alsnog een week achter op de rest

Sportschool of buitensport: waar zit het risico

Binnensport en buitensport hebben allebei hun eigen valkuil bij een herstart. In de sportschool is het probleem meestal het ego bij de gewichten — je herinnert je hoeveel je optilde in juni en wilt daar meteen weer staan. Bij hardlopen, wielrennen of een teamsport in de buitenlucht is het probleem vaker de omgeving: nattere paden na een regenbui, minder daglicht bij avondtraining vanaf half september, en spelers of lopers om je heen die het tempo bepalen waardoor je sneller gaat dan gepland. Basic-Fit, waar veel Nederlanders hun abonnement van rond de 24,99 euro per maand ook in de zomer gewoon door laten lopen, ziet in september doorgaans een piek van 20 tot 30 procent meer bezoekers ten opzichte van augustus — en fysiotherapiepraktijken zien twee tot drie weken later een vergelijkbare piek in nieuwe aanmeldingen voor pees- en gewrichtsklachten.

Ga je weer hardlopen, investeer dan eerst in goed schoeisel voordat je aan volume denkt. Hardloopschoenen zoals de ASICS Gel-Nimbus of de Decathlon Kalenji Run Support verliezen na 600 tot 800 kilometer een groot deel van hun demping, en veel mensen lopen in september nog op het paar waarmee ze in mei hun laatste training deden — zonder te beseffen dat de zool inmiddels versleten is. Een nieuw paar kost tussen de 90 en 160 euro, en dat is goedkoper dan een blessure die je zes weken uit de running haalt.

De eerste twee weken: wat je wél en niet moet doen

Vermijd in de eerste twee weken elke vorm van maximale inspanning — geen sprints, geen 1RM-testen in de sportschool, geen wedstrijdtempo tijdens een hardloopronde met vrienden, hoe verleidelijk dat ook is als iedereen om je heen wél al op snelheid zit. Beter is om je te richten op techniek en herhaling bij een matige intensiteit, zodat je zenuwstelsel en spierrecrutering weer op elkaar ingespeeld raken. Wat je wél moet doen: elke trainingsweek minstens één volledige rustdag inplannen, ook als je je fit voelt. Juist in deze fase is herstel de trainingsprikkel, niet de training zelf.

Er is één addertje onder het gras waar weinig mensen bij stilstaan: hoe fitter je je voelt, hoe groter de verleiding om de opbouw te versnellen. Dat is precies het moment waarop de meeste blessures ontstaan — niet in week één, wanneer iedereen nog voorzichtig is, maar in week drie, wanneer het enthousiasme het wint van het schema.

Signalen dat je te snel gaat

Spierpijn de dag na een training — DOMS, delayed onset muscle soreness — is normaal en hoort bij een herstart. Pijn die tijdens de training zelf ontstaat en na het opwarmen niet minder wordt, is dat niet. Hetzelfde geldt voor pijn die asymmetrisch is: alleen links, alleen bij de rechterknie, alleen aan één kant van de rug. Symmetrische, algemene spierstijfheid over je hele lichaam wijst op een normale trainingsreactie. Lokale, eenzijdige pijn die na 48 uur niet afneemt — dát is wél een signaal om serieus te nemen — wijst op iets anders — een overbelaste pees, een geïrriteerd gewrichtskapsel, soms een beginnende stressfractuur bij hardlopers die te snel te veel kilometers stapelen.

Let ook op je hartslag in rust. Een hartslag die 's ochtends structureel 8 tot 10 slagen per minuut hoger ligt dan je normale waarde, is een teken dat je lichaam nog niet hersteld is van de vorige training — ook als je je verder prima voelt. Sportklokken van Garmin of Polar maken dit meetbaar, maar je hebt geen apparaat nodig om te merken dat je 's ochtends onrustiger wakker wordt dan normaal.

Wat een goede warming-up echt doet (en wat niet)

Een warming-up van vijf minuten fietsen op een hometrainer verhoogt je hartslag, maar bereidt je pezen en gewrichten niet voor op belasting. Dynamisch rekken — beenzwaaien, uitvalspassen met rotatie, heupcirkels — doet dat wel, omdat het gewrichten door hun volledige bewegingsbereik beweegt bij een geleidelijk oplopende intensiteit. Statisch rekken vóór de training, waarbij je een spier 20 tot 30 seconden vasthoudt in een uitgerekte positie, verlaagt juist tijdelijk de explosieve kracht van die spier — bewaar dat voor na de training. Er bestaan hardnekkige ideeën over rekken die het tegenovergestelde effect blijken te hebben: mensen die twintig minuten statisch rekken voor het gewichten optillen, en dan verbaasd zijn dat hun eerste set minder sterk voelt dan verwacht.

Reken op minimaal tien minuten warming-up bij een herstart na de zomer — niet de vijf minuten die volstonden toen je nog in trainingsritme zat. Je lichaam heeft simpelweg meer tijd nodig om bloed naar spieren en pezen te sturen wanneer het weken stilgestaan heeft.

Wanneer je naar de fysiotherapeut moet

Wacht niet tot een klacht drie weken aanhoudt voordat je een afspraak maakt. Ga bij twijfel binnen de eerste week langs een fysiotherapeut, zeker bij pijn rond een gewricht die niet vanzelf minder wordt. In Nederland valt fysiotherapie voor de meeste volwassenen niet onder de basisverzekering, tenzij het om een chronische aandoening gaat — reken op 30 tot 45 euro per behandeling zonder aanvullende verzekering, of check of je aanvullende pakket een x-aantal behandelingen dekt. Veel zorgverzekeraars, zoals Zilveren Kruis of CZ, vergoeden in een aanvullend pakket tussen de 9 en 18 behandelingen per jaar. Dat is relevant om te weten, want de drempel om vroeg langs te gaan is voor veel mensen vooral financieel, niet medisch.

Een sportarts of fysiotherapeut kan binnen één consult vaak al onderscheiden of iets een normale aanpassingsreactie is of een beginnende overbelastingsblessure. Wacht je te lang, dan verandert een klacht die met twee weken rust en aangepaste belasting op te lossen was, in iets dat zes tot acht weken revalidatie kost.

Voeding en herstel na de zomerstop

Herstel gebeurt niet alleen tijdens rustdagen — het begint bij wat je eet in de uren na een training. Eiwitinname van ongeveer 1,2 tot 1,6 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag ondersteunt spierherstel merkbaar beter dan de 0,8 gram die als algemeen minimum geldt. Voor iemand van 75 kilo betekent dat 90 tot 120 gram eiwit verspreid over de dag — via kwark, eieren, kip, peulvruchten of een eiwitshake na de training, niet per se allemaal tegelijk. Slaap is minstens zo belangrijk: onder de zeven uur per nacht daalt de hersteltijd van spierweefsel meetbaar, en juist in de eerste weken van een herstart, wanneer je lichaam al op volle toeren herstelwerk verricht, is slaaptekort de snelste manier om een blessure dichterbij te brengen.

Bouw je dit najaar rustig op, dan sta je er in november beter voor dan wie er half september alweer uitligt met een peesontsteking. Neem de eerste twee weken serieus, luister naar asymmetrische pijn in plaats van hem weg te trainen, en laat je ego bij de sportschooldeur (ja, hè, ook al voelt dat na een zomer vol goede voornemens een beetje oneerlijk). Eén ding is zeker: je oude niveau haal je sneller terug met geduld dan met een sprint die je drie weken stilzet.